NL editie / World edition

Filosofie voor gevangenen

door Archie Barneveld


De Rotterdamse filosofen Henk Oosterling en Marc Schuilenburg onderwijzen filosofie aan gedetineerden van de Penitentiaire Inrichting Krimpen aan den IJssel. “We laten hun zien dat de gevangenis ook buiten de bajes is, bijvoorbeeld bij Ikea en Albert Heijn.”

Filosofie voor gevangenen Hoe is het ontstaan?
Henk Oosterling“In 2009 vroeg Leo Jansen, directeur van de Penitentiaire Inrichting Rijnmond/Zuid-West, mij of ik filosofie in zijn gevangenis wilde geven. Hij had een Amerikaans onderzoek gelezen waaruit bleek dat ze dat daar deden. Natuurlijk was het de bedoeling dat die filosofielessen zouden doorwerken op het gedrag van gevangenen en de recidive zouden drukken, dat is de legitimatie van zo’n idee. En dus wilde Jansen het ook verankeren in het wetenschappelijk onderzoek van het ministerie. Ik ben toen gaan praten met Henk van de Bunt, een criminoloog van de Erasmus Universiteit. Die heeft er een stagiaire op gezet.”
 
Je was toen nog in je eentje?
HO: “Dat zou veel te veel werk zijn. Daarom heb ik een aantal mensen uitgenodigd om mee te doen. Om te beginnen een paar leeftijdgenoten, de opa-filosofen, van hen wist ik dat ze stevig genoeg waren. Allemaal universitaire hoofddocenten en hoogleraren trouwens. En ik wilde ook een paar filosofen uit de praktijk, van die cursusjongens, je weet wel, van met z’n twintigen naar Kreta of India en dan maar filosofie stampen. En verder nog wat jongere jongens, van wie Marc [Schuilenburg, red.] er één is. Zo had ik een palet van mensen die op verschillende niveaus konden lesgeven. Maar wel zo veel mogelijk uit Rotterdam, dat wilde ik zo; gasten die dus ook in de samenleving zitten. Zo zijn we eind 2009 begonnen, een cursus van tien lessen. En dat liep al gauw erg goed – boven verwachting.”
 
Had je lesstof voorbereid?
HO: “Nee hoor, dág! Ik ben gegaan en heb het gewoon laten gebeuren. Ik heb de vragen die in de gesprekken met de gevangenen opkwamen, filosofisch doorvertaald. En een beetje gegroepeerd: issues als macht, verantwoordelijkheid, kun je je leven veranderen, is er leven na de dood, wat is vrijheid en zo verder. Toen hebben we de vragen verdeeld, en zo heeft bijvoorbeeld Marc zich over het thema macht ontfermd. Dat liep als een trein. En toen we na tien lessen klaar waren, wilden de gevangenen doorgaan, ze wilden een tweede cursus. Hebben ze een brief geschreven naar de directeur. Maar ja, er was eigenlijk geen geld voor. Bovendien was die cursus ’s middags gepland, op een moment dat er ook andere dingen moesten gebeuren. Toen hebben we geregeld dat zij die cursus in hun eigen ‘vrije tijd’ konden doen. Dat vonden ze prima.”
 
Marc Schuilenburg‘In dat tweede blok hebben we eerst die vragen uitgediept. Zo heb ik in navolging van Foucault Erving Goffman behandeld, een socioloog die laat zien hoe allerlei rituelen en stigmatisering in de gevangenis ontstaan. In een derde blok hebben we diverse filosofen behandeld: Machiavelli, John Dewey, de moslimfilosoof Averroes. Toen zijn we echt de diepte ingegaan aan de hand van een boek of tekst van een filosoof. En dat laatste blok hebben we afgesloten met een examen en met het schrijven van een essay van tweeduizend woorden. Dat was eind vorig jaar. Een nieuwe groep is begin dit jaar opgestart. En nu we meer ervaring hebben, gaat het ook veel sneller.”
 
Zijn de bewaarders ook zo enthousiast?
HO: “Ja, hun viel het op dat het gedrag van de gevangenen na onze lessen veranderde. Ze waren gezeglijker, reflexiever, terughoudender dan voorheen. Dus die bewaarders raakten steeds meer geïnteresseerd; zij willen nu ook een cursus filosofie. Wij vroegen ons toen ook af: waarom valt dit zo goed hier, wat zit daarachter?”
 
MS: “Toen bleek dat dit mede kwam doordat men tijdens de les als volwaardig gesprekspartner wordt behandeld, dus niet als psychiatrisch of therapeutisch patiënt. Men is even geen ‘behandelobject’. Dat zijn ze niet gewend, ze krijgen van ons gewoon een hand, worden met ‘u’ aangesproken, worden als gelijkwaardig bejegend. Wat we ook hoorden, was dat men ‘achter de deur’ blijft peinzen over de lesstof. Sommige gevangenen gaan op zoek naar filosofieboeken in de bieb. Ik ken er een die een abonnement op een filosofietijdschrift nam!”
 
Vermijden jullie ook bepaalde onderwerpen? En gaat het ook weleens fout in de les?
MS: “We praten niet over seksualiteit en niet over hun delict, dat ligt te gevoelig. En we gaan dus nooit de kant uit van therapie of psychoanalyse. Dat is heel belangrijk. En ja, ik heb weleens een heavy moment gehad: toen ik over Foucault sprak en de gevangenis vergeleek met een dierentuin waarvan de bewoners moeten worden gedisciplineerd, onder de duim gehouden. Ik vond dat nogal wat, en er was toen een brede Kroaat die zichtbaar kwaad werd dat Foucault hen met wilde dieren vergeleek. Hij wilde weten of justitie dat soms ook deed. Ik ben toen maar eerlijk geweest en heb gezegd dat dat wel een beetje zo was. Maar na een stilte wilden ze er gewoon over doorpraten, ze voelden het niet als een belediging. Ik bracht het als een filosofische discussie en ik kreeg ze ook zonder kleerscheuren op dat niveau.”
 
Het departement ziet het nut hiervan wel in?
MS: “Qua inhoud en strekking past onze opzet niet in het antirecidiveprogramma zoals dat nu landelijk is gestandaardiseerd. Het is een beetje apart wat wij hier doen, maar men weet ervan, ze zijn hier ook langsgekomen. Het concept ligt momenteel wat te sudderen omdat het wordt weggedrukt door de landelijke, centrale aanpak. Maar men weet dat het een interessante optie is.”
 
HO: “Het is ook precair. Stel dat een bewaarder met een gevangene een gesprek over filosofie zou kunnen hebben, dat zou toch uniek zijn? Het zou niet alleen de recidive kunnen beïnvloeden, maar ook de totale sfeer van bejegening in de bajes. Die juist steeds meer op de techniek is komen te hangen en minder op persoonlijke contacten met inmates.”
 
Kan er geen traditioneel onderzoek naar worden gedaan?
MS: “Je kunt een tevredenheidsonderzoek doen, dan heb je meetpunten als de gevangenen, de bewakers en de directie. Voor zover wij weten, zijn die alledrie erg enthousiast. Trouwens, toen het even onduidelijk was of wij konden doorgaan met de lessen filosofie, hebben de gevangenen een brief aan de directie geschreven dat dit niet mocht stoppen.”
 
HO: “Vorig jaar was er een internationale vergadering van creatieve begeleiders in de gevangenis Noordsingel. Ik heb daar toen laten zien wat wij hier doen en daar kwamen erg positieve reacties op. Ook bleek er veel via de tamtam bekend te zijn geworden. Kennelijk doet het dus wat met mensen en kletst het zich vanzelf rond. De doelgroep wordt mogelijk aangesproken op kwaliteiten die normaal niet boven tafel komen en waaraan men dan eigenwaarde ontleent. Daarom moet je daar iets mee doen, je moet het naar een ander niveau tillen. Dan worden er misschien bepaalde knoppen in hoofden omgedraaid.”
 
MS: “In Amerika en Engeland doen ze iets vergelijkbaars met literatuur. Zo behandelt men allerlei dilemma’s uit literaire werken met gevangenen. En dat zou tot een beduidend lagere recidive leiden. Vanuit de literatuur kun je natuurlijk ook makkelijk op dezelfde filosofische vragen uitkomen als die wij hier behandelen.”
 
Gebeuren er binnen zo’n lesgroep van langgestraften nog gekke dingen?
MS: ‘Soms heb je strubbelingen tussen die gasten. Dat heeft te maken met wat er die week is gebeurd. En met hoe de groep is samengesteld. Spanningen moet je neutraliseren. Het gaat vaak over geloofskwesties: men voelt zich snel aangevallen of weggezet. Dan is het oppassen geblazen.”
 
HO: “Je moet er wel, pats, meteen bovenop zitten, dan hou je het spul bij elkaar. Maar de inzet van ons helpt daarbij. Wat is nu filosofie? Wat wij steeds benadrukken: filosofie is een houding. Wij stellen ook filosofische vragen. Daar heb je geen antwoord op. Zodra je er een antwoord op hebt, wordt het wetenschap of prietpraat. Filosofie als houding betekent dus dat je even over jezelf heen stapt en naar jezelf kijkt terwijl je iets zegt. Die reflexieve houding maakt dus dat niets absoluut waar is en alles bespreekbaar blijft. En zo kun je een gesprek neutraliseren dat op die geloofskwesties uitdraait. Eigenlijk is het een uitnodiging om te denken, om eens te genieten van een denkervaring. Nou, dan hoor je ze knarsen hoor! Het genot dat je krijgt van zo’n denkervaring, dat je met iets bezig bent waar je eigenlijk niet uitkomt. Zo train je mensen om zich meer reflexief op te stellen. Wat dat precies betekent voor hun tolerantiedrempel en hun agressieregulatie, weet ik niet. Maar wellicht is het zo dat ze in bepaalde situaties eerder denken: ho, even dimmen nu. En zo druk je mogelijk de recidive.”
 
MS: “Een filosofische houding werkt ook tolerantie voor andere meningen in de hand. Dat zag ik goed bij de vorige lesgroep. Daar zag ik steeds meer dialoog, die gingen meer met elkaar in gesprek. Meer sensibiliteit en openstaan voor andere meningen en zienswijzen. Dat maakt dat als je later op straat wordt uitgedaagd, je eerder tot drie telt in plaats van er meteen op los te rammen.”
 
HO: “De meest filosofische verklaring van dit fenomeen zou kunnen zijn dat je hen in een ruimte brengt waarin zij niet meer om het gelijk strijden en ook niet meer proberen om de waarheid te achterhalen. Maar dat zij naar aanleiding van jouw woorden van hun gedachten kunnen genieten omdat ze daarin serieus worden genomen. En dat zij bereid zijn om een andere gedachte toe te laten. Dat is toch heel wat bij mannen die eigenlijk zo’n kort lontje hebben!”
 
Is het denkvermogen van de gemiddelde bajesklant wel voldoende om jullie te volgen?
HO: “Dat is nonsens. Dat komt door jouw vooroordeel over wat filosofie is. Als filosofie een attitude is, kan iedereen het op zijn eigen niveau. Ik doe hier ook projecten op zogenaamde zwarte lagere scholen, en dan sta je verbaasd hoever je komt. Op die leeftijd verwoorden kinderen het anders, maar de gedachte is hetzelfde, en daar gaat het om. Dat moet je kunnen zien en je moet hen daarin ook waarderen. Dit gaat niet over informatie of kennis. Dit gaat over alertheid en over attitude. In tegenstelling tot therapeuten die kijken wat er in mensen gebeurt, zijn wij geïnteresseerd in wat er tussen mensen gebeurt.”
 
Het gaat natuurlijk ook om universele vragen. Alleen de taal is anders.
HO: “Ook de insteek is anders. Het begrip vrijheid ligt bij gevangenen echt anders dan bij studenten filosofie, neem dat maar van mij aan. Dan heb je echt een ander gesprek. Wat wij hun willen laten zien, is dat de gevangenis ook elders is. Dat de gevangenis ook in de Ikea en Albert Heijn zit. Dat je daar belazerd wordt waar je bij staat. Daar denken zij nooit over na. En dat werkt dan ook bevrijdend voor hen.”
 
MS: “Die parallellen tussen de echte bajes en bijvoorbeeld Ikea zien ze dan zelf, dat bijvoorbeeld de disciplinering op dezelfde manier gaat. Dat is leuk om mee te maken.”

----------------------------------
 
Een dagje Foucault in het cachot
 
Ruim op tijd arriveer ik op de parkeerplaats van de Penitentiaire Inrichting Krimpen aan den IJssel. Het begint al te schemeren en wachtend op Marc Schuilenburg verorber ik op mijn gemak twee belegde broodjes, want het avondeten zal met dit programma wel in het water vallen. Deze PI is zo’n vijftien jaar geleden gebouwd, een paar van die geschakelde platte paviljoens met een hoge muur om het geheel. Liggend aan de oever van de Maas op een non-descript industrieterrein is het bepaald geen locatie waarvan je hart sneller gaat kloppen.
 
Nadat Marc zijn fiets aan het hek heeft vastgeketend, lopen we samen de inrichting binnen. We worden uitvoerig gecheckt, alsof we een vlucht naar de VS hebben geboekt. Onder begeleiding van een medewerker creativiteit passeren we een aantal beveiligingsringen en arriveren we in het hart van het paviljoen waar vanmiddag de filosofieles wordt gegeven. In het stervormige gangenstelsel krioelt het van de gedetineerden, bewaarders en overig ondersteunend personeel. Men treft de voorbereidingen voor de dagelijkse insluiting, de laatste dingetjes moeten nog worden geregeld. Marc en ik inspecteren intussen het leslokaal en installeren de audiovisuele apparatuur ten behoeve van de powerpointpresentatie.
 
Opeens wordt het rustig in het paviljoen en is het wachten op een dik dozijn gevangenen die bij deze filosofische les mogen aanzitten. Bij hun binnenkomst even later krijgen zij van ons allemaal een hand en gaan ze rond een grote tafel zitten, als ware het een buurtvergadering. Mij is gezegd dat dit een groep langgestraften is, er zitten er bij met twintig en dertig jaar. Circa de helft is van allochtone afkomst en ongeveer een derde is van middelbare leeftijd. Marc gaat met aanwijsstok bij het projectiescherm staan, ik bedien de beamer. Ongeveer de wijze waarop ik vroeger met collegae presentaties hield voor topbobo’s in de financiële wereld.
 
Marc trapt af en legt uit dat hij gaat praten over het thema macht. Hij bouwt het langzaam op vanaf de fysieke onderhorigheid aan de leenheren in de Middeleeuwen. De gevangenen luisteren aandachtig en responderen adequaat als Marc hen in de les betrekt. Men vindt het zichtbaar leuk om dit verhaal te horen en men komt ook met relevante vragen en opmerkingen. Ook onderling lijkt deze groep, althans voor dit moment, niet gebukt te gaan onder grote spanningen. Echt helemaal relaxt naar elkaar toe is men niet, een zekere waakzaamheid is voelbaar.
 
Marc is inmiddels bij de Franse filosoof Michel Foucault beland, en diens uitleg van macht. Zoals de mens gevangen zit in de disciplinerende machtsstructuren van bijvoorbeeld school, leger en ziekenhuis. Maar natuurlijk ook de gevangenis! Er worden allerlei plaatjes vertoond van architectuur die bepaalde (onzichtbare) machtsstructuren ín zich heeft. En natuurlijk komen we zo dan uit bij het panopticum, de koepelgevangenis die in een cirkel is gebouwd en waarbij een centraal gelegen bewakingspost permanente controle suggereert van alle cellen. Dit slaat zeer aan in de groep, en zo ontstaat een levendige discussie of zo’n systeem nog wel iets overlaat van je privacy en of je daar niet maf van kunt worden. Marc vervolgt zijn les en vertelt hoe macht verzet oproept en hoe die twee bewegingen met elkaar in balans kunnen en moeten zijn.
 
En dan is deze filosofieles ten einde. Er worden nog wat huishoudelijke zaken besproken en dan staat iedereen op. Marc en ik krijgen van iedereen een hand en een bedankje. Via het gangen- en sluizenstelsel komen we terug bij de ingang van het gebouw. Ik haal mijn gsm en zakmes uit het loket en wurm me in mijn winterjas. Even later staan we weer op de nu door blauwe natriumlampen aangestraalde parkeerplaats. Het is zachtjes gaan sneeuwen en mij overvalt een gevoel van koele vredigheid.


Delen



Laatste reacties (3)

JannieTr
Geplaatst op: donderdag 26 mei 2011 om 18:50
“Qua inhoud en strekking past onze opzet niet in het antirecidiveprogramma zoals dat nu landelijk is gestandaardiseerd."

Het is te hopen dat dit veelbelovende programma niet ten onder gaat aan de doorgeschoten bureaucratie.
Anny van Gend
Geplaatst op: donderdag 26 mei 2011 om 14:43
Zo zie je maar dat je misschien toch nog wel BETER uit de gevangenis kan komen dan je er in ging. Het lijkt me dat dit meestal niet het geval is. Als deze 'cursus' dit voor een deel bewerkstelligt, kunnen we al van een enorme sprong vooruit spreken.
Marjo Schlenter
Geplaatst op: donderdag 26 mei 2011 om 14:00
Mooi verhaal.

Was persoonlijk al overtuigd dat filosofie je ook in de praktijk kan helpen, maar had niet gedacht dat er in een gevangenis veel belangstelling voor zou zijn. Mijn vooroordeel natuurlijk.

Hoop dat het voortgezet en uitgebreid kan worden.

Plaats een reactie













Ik wil mij graag aanmelden voor de One11-nieuwsbrief.






Waar



Wie

Archie Barneveld

Archie Barneveld

Archie Barneveld, criminoloog en jurist, was muziekjournalist (voor onder meer Oor en Haagse Post), security manager bij ING en strafrechter. Hij is nu hoofdredacteur van Crimelink, een door hem opgezet tijdschrift over misdaad en veiligheid. Crimelink is een deskundig medium – een blad én een site – dat op serieuze wijze maar ook met een knipoog die kanten van criminaliteit belicht die de redactie van belang acht om naar een breder publiek uit te dragen. http://www.crimelink.nl

Waarom

“Anno 2011 leven wij in een guur justitieel klimaat, als het aan de huidige bewindslieden van Veiligheid en Justitie ligt. Het is alles repressie en nog eens repressie, voor zinvolle preventie lijkt geen plaats meer. Met een dergelijke politieke leiding is het zwaar voor al die harde werkers bij politie, reclassering, behandelinrichtingen en dergelijke, die zo hun best doen om misdaad te voorkomen, respectievelijk om ex-gedetineerden weer op het rechte pad te krijgen. Laat staan voor al die vrijwilligers die op een of andere wijze vanuit welke maatschappelijke organisatie dan ook hun beste beentje voorzetten om het proces van resocialisatie vorm te geven. Bevlogen mensen als de Rotterdamse filosofen Henk Oosterling en Marc Schuilenburg zijn daarvan een voorbeeld.”


Links